19 september 2009
Ik ben geboren in de sloppenwijken van Dhaka. Mijn moeder ontvluchtte de armoede van het platteland toen ze zeven maanden zwanger was, met mij in haar buik. Ze was net verlaten door mijn vader, die ik maar twee keer in mijn leven gezien heb en inmiddels overleden is, en kon nauwelijks aan eten komen. In Dhaka wist ze een baan te vinden in een kledingfabriek.
Toen ik 13 was, kreeg mijn moeder een hartaanval. Vijf jaar geleden overleed ze. Onze familie kreeg het erg zwaar. Om aan eten te komen, besloot ik te stoppen met school en in een kledingfabriek te gaan werken.
In 2003 werd ik verliefd op een collega. We trouwden en ik raakte zwanger. Maar mijn huwelijk maakte me niet gelukkig: slechts vijf dagen nadat mijn dochtertje geboren werd, verliet mijn man me. Hij trouwde met een andere vrouw. We hebben elkaar bijna nooit meer gezien.
Hertrouwen hoeft voor mij niet. Ik vind het belangrijker om te investeren in de opleiding van mijn dochter, zodat zij later niet ook in een kledingfabriek hoeft te werken.
Van de Schone Kleren Campagne:
Lees meer over Rumana’s geschiedenis in haar biografie.







































