25 september 2009

Ik sta elke dag op voordat het licht wordt. Dan ga ik naar de badkamer. Er zijn drie WC’s en twee badkamers voor zeventien families. Jezelf wassen is erg lastig.

Elke dag begint met gekibbel met de buren over wie zich mag wassen. Douchen kost zo 20-30 minuten. Ik douche elke twee dagen. Er is ernstig watertekort. Als er water is, sla ik het op om later te kunnen koken en drinken. Daarna ga ik rijst koken. Terwijl de rijst kookt, bid ik. Ik slaap nog eventjes. Om half acht sta ik echt op. Het kost me half uur om bij de fabriek te komen. Meestal pak ik de bus. Soms neem ik een rickshaw. In de fabriek is geen lift. De fabriek bevindt zich op de 9de verdieping. De school van mijn dochter bevindt zich op de 6de verdieping van een gebouw. Ik word elke dag moe van het omhoog en omlaag lopen op al die trappen.

Ik werk de hele dag. Vaak werk ik zelfs tot tien uur ’s avonds. Wanneer ik ‘s avonds mijn dochter op ga halen, zie ik een glimp van hoop in haar ogen. Ze rent naar me toe. Ik verwen haar, ze mag een taka uit mijn versleten portemonnee pakken. Ze koopt er chocolade van. Ze geniet er erg van. We gaan naar bed.