9 oktober 2009
We kunnen het ons niet voorstellen elke maand vis, vlees of kip te kunnen kopen. Zelfs als we er wanhopig naar verlangen, kunnen we misschien maar eens per maand de moed opbrengen om een heel klein stukje te kopen, om zo ons verlangen te stillen.
De laatste keer dat ik dat deed, kocht ik 5 kippenpoten. Alleen de poten, niet de dijen. De poten kosten 2 taka per stuk. Niemand eet die, behalve wij. Wij kunnen alleen maar de poten betalen.
Ik was aan het rondsnuffelen op de markt. Ik keek naar producten. Ik kocht een halve kilo linzen, 100 gram kurkumapoeder, twee pakjes kruiden, 1 kilo uien, 1 kilo aardappelen, 250 gram kalebas, een piepkleine hoeveelheid groene peper. Groene peper is erg duur: een kilo kost meer dan 100 taka (ong. 1 euro, red.). Ik heb ook twee kleine pakjes augurken gekocht. Ik hou van augurken. Ik hou van Birmese augurken. Ik heb 12 kilo rijst nodig voor een hele maand.
Ik kwam erachter dat iemand Polao verkocht; elk pakje was 30 taka. Ik heb twee pakjes gekocht, eentje voor mezelf en eentje voor mijn dochter. Ik weet dat het een luxeproduct is, een delicatesse.
We eten spinazie, en wat groentes. Aardappelen zijn niet te betalen; de prijs is torenhoog. Zelfs het kopen van sommige groentes is afhankelijk van of ik er geld voor heb.







































