26 november 2009
Vandaag is het vrijdag. Ik nam de bus. Er stond een enorme file. Overeind proberen te blijven in de bus is een verschrikkelijke ervaring. Vorige week vrijdag heb ik 13 uur gewerkt (vrijdag is een vrije dag in Bangladesh, red.). Gisteren eisten alle arbeiders dat we vandaag vrij zouden krijgen.
Vandaag heb ik een paar proefontwerpen voor de inkopers in elkaar gezet. De supervisor gaf me een uitbrander. Een paar broeken moesten aangepast worden. Maar het was mijn schuld helemaal niet. De supervisor zei: “Ik schop je eruit. Ik sla je in elkaar.” Ik voelde me verdrietig. Ik praat niet tegen die supervisor. Deze week waren we trouwens zo hard aan het werk dat we bijna niet meer merkten wat er om ons heen gebeurde.
Een vriendin van mij is ontslagen op haar werk. Ze was in elkaar geslagen door haar man. Ze kon niet naar de fabriek komen. Haar man is een slechte vent. Het management van de fabriek zei: “Je spreekt teveel tegen, we hebben je niet langer nodig.”







































