Biografie Bangladesh mijn foto's

Rumana’s biografie

Ik ben Rumana. Ik ben 23 jaar en de trotse moeder van een prachtige 5-jarige dochter. Sinds mijn dertiende werk ik in een kledingfabriek. We huren een kamer in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh. Daar werk ik ook.

Ik ben geboren in de sloppenwijken van Dhaka. Mijn moeder ontvluchtte de armoede van het platteland toen ze zeven maanden zwanger was, met mij in haar buik. Ze was net verlaten door mijn vader, die ik maar twee keer in mijn leven gezien heb en inmiddels overleden is, en kon nauwelijks aan eten komen. In Dhaka wist ze een baan te vinden in een kledingfabriek.

Het grootste gedeelte van mijn jeugd heb ik doorgebracht in een sloppenwijk midden in Dhaka. Mijn moeder stuurde me naar school (dit is lang niet vanzelfsprekend voor meisjes in Bangladesh). Maar toen ik 13 was, kreeg mijn moeder een hartaanval. Vijf jaar geleden overleed ze. Onze familie kreeg het erg zwaar. Om aan eten te komen, besloot ik te stoppen met school en in een kledingfabriek te gaan werken. Daar werkte ik vier maanden voordat ik naar een andere fabriek overstapte. Sindsdien ben ik een aantal keer van fabriek veranderd; steeds probeer ik ietsje meer te verdienen.

In 2003 werd ik verliefd op een collega. We trouwden en ik raakten zwanger. Maar ik kon daardoor het zware werk in de fabriek – dat zeven dagen in de week doorging – fysiek niet meer aan. Om mijn ongeboren kindje te beschermen, ging ik daar weg.

Een andere fabriek beloofde me wel betaald zwangerschapsverlof. Maar toen ik daar weer ging werken na de geboorte van mijn dochter, bleek ik minder te krijgen dan ze hadden gezegd. Daarop ben ik weer op zoek gegaan naar andere fabriek, eentje met kinderopvang voor mijn kind. Toen zij ongeveer 9 maanden oud was vond ik zo’n fabriek. Hier werk ik nog steeds, als naaister.

In de kledingfabriek verdien ik als basissalaris 2780 taka (de Bengaalse munteenheid; dit is ongeveer 27,80 euro). Inclusief overwerk kom ik maandelijks op zo’n 3500-4000 taka (35-40 euro) uit. Ons huis kost 1400 taka (14 euro). Om rond te komen zou ik eigenlijk maandelijks 6500 taka (65 euro) moeten verdienen.

Mijn huwelijk maakte me niet gelukkig: slechts vijf dagen nadat mijn dochtertje geboren werd, verliet mijn man me. Hij trouwde met een andere vrouw. We hebben elkaar bijna nooit meer gezien.

Mijn dochter gaat nu naar een religieuze school; hier is het onderwijs gratis en kan ze ook naar naschoolse opvang. Elke ochtend geef ik haar een lunchpakketje en breng haar naar school. Haar middageten bestaat uit rijst en gebakken aardappel. Ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst vlees of vis gegeten heb. Meestal bereid ik aardappelen, eieren of rijst, en eten we dat in de ochtend, middag en avond.

Het leven hier in Dhaka is moeilijk, maar inmiddels heb ik een manier gevonden om met het harde bestaan om te gaan. Hertrouwen hoeft voor mij niet. Ik vind het belangrijker om te investeren in de opleiding van mijn dochter, zodat zij later niet ook in een kledingfabriek hoeft te werken. Daarom probeer ik elke maand wat geld opzij te zetten. Ik zal proberen haar zolang mogelijk te laten doorleren.

Ondanks de armoede en andere ellende, proberen we te blijven lachen. We hebben vaak honger, maar we moeten verder. Mijn grootste droom is dat mijn dochter een beter leven krijgt dan ik.